Kijk niet naar het gemiddelde, maar naar de behoefte van het kind

Ik was bezig met het verslag van een kind. De WISC (intelligentietest) is duidelijk: dit kind heeft een gemiddeld IQ van 96. Daarmee mag je in Nederland naar een VMBO TL. Klopt helemaal en daar is niets mis mee.Wel jammer dat er dan niet gekeken wordt naar de scores op de subtesten. Dan blijkt dit meisje ineens 15 te scoren op de subtest Begrijpen en slechts 5 op de subtest Cijferreeksen. Ja, dat is gemiddeld 10. Een beetje inconsistent, maar gemiddeld een 10, dus is er niets aan de hand.Dat dit meisje door deze extreem lage score op de subtest Cijferreeksen echter een probleem heeft met de wereld om zich heen wordt vergeten. Er is een aantal Cognitieve Functies deficiënt en daar kun je gewoon aan werken.

Ik word er zo verdrietig van dat ondanks passend onderwijs kinderen nog steeds op een gemiddelde worden afgerekend en op grond daarvan hun toekomst wordt bepaald.Waarom kunnen we niet een IQ test gebruiken om te kijken op subtest niveau wat een kind nodig heeft? Ontwikkelen doe je niet op basis van een door anderen bepaald gemiddelde, maar door individueel uitgedaagd te worden en zo je leerpotentieel volledig kunt ontwikkelen.

Ik ben absoluut niet tegen een IQ test, maar het feit dat kinderen vervolgens worden afgerekend op hun test dat doet pijn. Daar zijn de testen ook niet voor bedoeld. Ze zijn bedoeld om er achter te komen wat een kind nodig heeft en op welk deel van de test het onze hulp kan gebruiken. Ik kijk uit naar de dag dat wordt afgestapt van het gemiddelde en er echt gekeken wordt naar de behoefte van het kind, waarbij de uitslag van het IQ onderzoek een goed hulpmiddel is.

Kinderen met ADHD: praktische tips

‘Kinderen met ADHD zijn onrustig, creatief, chaotisch en hebben moeite zich te concentreren.’ Hoe stimuleer je kinderen met ADHD om zich te ontwikkelen? Vanuit mijn kennis en ervaring deel ik met jou als ouder, verzorger, leerkracht of professional van een kind met ADHD enkele tips.

  • Maak gebruik van de sterke kanten van kinderen met ADHD. Zij kunnen zich vaak heel goed concentreren op dingen die hen boeien. Zoek uit wat dat is en stimuleer ze erin.
  • Laat kinderen met ADHD merken dat je als volwassene vertrouwen in ze hebt.
  • Neem de problemen van kinderen met ADHD serieus. Als ze moeilijk te motiveren zijn, of een (voor mensen zonder ADHD) eenvoudige taak niet voor elkaar krijgen, dan is dat onvermogen en geen onwil. Laat kinderen met ADHD merken dat je dat begrijpt.
  • Kauw oplossingen niet voor. Motiveer kinderen met ADHD om zelf te veranderen en hun eigen oplossingen te kiezen. Ook als die onorthodox zijn.
  • Kinderen met ADHD vinden het vaak fijn als taken een helder begin en een duidelijk einde hebben. Beloon het afmaken van dingen. Oudere kinderen met ADHD en volwassenen kunnen ook afspraken met zichzelf maken over wat ze van zichzelf mogen doen wanneer ze een vervelende taak afgemaakt hebben.
  • Geef kinderen met ADHD de ruimte om hun neus te stoten en laat ze de consequenties ervaren. Het over-beschermen van deze kinderen ontneemt hen de kans van hun problemen te leren.
  • Net als voor de meeste andere mensen met ggz-problematiek, is continuïteit in de hulpverlening belangrijk voor kinderen met ADHD. Zorg dus voor een vaste hulpverlener.
  • Houd ze een spiegel voor. Help kinderen met ADHD onder ogen te zien waar ze niet goed in zijn en oplossingen daarvoor te vinden, bijvoorbeeld door in groeps- of teamverband bepaalde taken aan anderen over te laten.
  • Help kinderen met ADHD om datgene waarin ze minder goed zijn, zoals zich lang concentreren op een taak, te compenseren met hetgeen waar ze wel goed in zijn. Zoals bijvoorbeeld het snel heen en weer schakelen tussen verschillende taken en bezigheden.
  • Ondersteun hen met het zoeken van activiteiten, werk of een opleiding, waarin hun dynamiek en energie een voordeel zijn. Bijvoorbeeld een sportleraar, jongerenwerker of marktkoopman zijn energie-overschotten en snel kunnen handelen is een pluspunt.
  • Projecteer niet het stereotype beeld van dé ADHD-er op individuele kinderen met ADHD. Elk  persoon met ADHD heeft andere kwaliteiten, andere problemen en een andere persoonlijkheid.
  • Betrek geen standpunten over medicatie. Wees pragmatisch en neutraal. Verdiep je in de feiten over medicatie, deel die met kinderen met ADHD (en hun ouders)en laat hen zelf keuzes maken.

Wie met deze tips aan de slag gaat, is een heel eind op weg om kinderen met ADHD de ruimte te geven om te worden wie ze zijn.

Als je kind anders is

De laatste jaren is er, mede dankzij de mogelijkheid van het internet, een ware informatiestroom rondom hoogbegaafdheid op gang gekomen. Artikelen, boeken, workshops, trainingen en opleidingen en niet te vergeten talloze begeleiders en adviesbureaus.

Inmiddels hebben de meeste basisscholen wel een leerkracht die zich bezighoudt met Plusklassen. Sommige doen het prima, andere doen het minder goed. Opvallend is dat, afgezien van HB-scholen, reguliere scholen vaak pas vanaf groep 5 met een IQ test score van 130 of hoger een kind toelaten tot een Plusklas.

Het is inmiddels bekend dat je niet hoogbegaafd wordt, maar zo bent geboren en dat de omgeving en de kansen die je krijgt aangeboden van invloed zijn op je ontwikkelingsvermogen. Bij kinderen waarvan voor het vierde jaar bekend is dat zij zich langzamer ontwikkelen, wordt alles uit de kast gehaald om deze achterstand weg te werken. VVE programma’s en speciale peuter- en kleuterklasjes waarbij minder kinderen meer aandacht krijgen.

Vreemd genoeg weigeren wij dit bij kinderen waarvan voor hun vierde jaar bekend is dat zij:

  • als baby hun hoofd snel opheffen, veel huilen, weinig slapen, alert zijn;
  • als peuter vaak niet kruipen, vroeg lopen/staan of juist laat zijn hiermee, een grote woordenschat hebben, veel en vaak “waarom” vragen of ongewoon lang kunnen concentreren;
  • als kleuter niet meer naar school willen, ineens weer in bed plassen, woedeaanvallen hebben, vage klachten hebben zoals hoofd- en buikpijn, het stempel vervelend kind krijgen.

Als ouder zie je dat je vrolijke nieuwsgierige kind, langzaam verandert in een stil teruggetrokken, boos en bijna onhandelbaar kind. Regelmatig sta je bij de juf en geef je aan dat het niet goed gaat. Als antwoord krijg je vaak dat je kind sociaal/emotioneel problemen heeft en nog even moet kleuteren en met anderen moet leren spelen.

Even voor de duidelijkheid: sociaal is hoe jij omgaat met anderen en emotioneel is hoe jij omgaat met zaken die jou gebeuren. Ik ken hele sociale mensen, die emotioneel in de knoop zitten, bij de psycholoog lopen en ik ken emotioneel stabiele mensen die sociaal gezien in de categorie “hork” vallen.

Hoe komt het dat kinderen met een duidelijk zichtbare voorsprong zo snel dit etiket krijgen? Om sociale vaardigheden te kunnen ontwikkelen moet je wel in een sociale adequate omgeving zitten, zeg maar een koe tussen de koeien en niet tussen de schapen. Wat betreft de emotionele ontwikkeling, het is zo riskant om op basis van je eigen waarde een ander hierover te beoordelen. Toch is dit wat vaak gebeurt en mogen deze kinderen een jaar extra kleuteren of nog maar niet naar groep 3 want hij/zij speelt nog zo leuk in de poppenhoek.

De schade die hiermee wordt aangericht is zo groot dat veel kinderen de Plusklas met de IQ test van 130 of hoger en de goede A cito scores in groep 5 niet meer halen. Dit noemen we onderpresteren en is schadelijk voor elk kind. Kinderen die als baby, peuter, kleuter sneller zijn, verdienen onze volle aandacht en zorg!

De stress van opvoeden

Je wordt verliefd, gaat trouwen en dan komen de kinderen. Je wereld verandert compleet, je bent ineens verantwoordelijk voor een ander mens. De omgeving gaat zich bemoeien met de opvoeding van je kind en geeft gevraagd en ongevraagd advies. Dan zijn er nog de diverse opvoedprogramma’s en tijdschriften die vertellen hoe het zou moeten. Al met al ligt er een grote druk op jonge ouders om het vooral goed te doen. Er bestaan meer boeken over opvoeden dan over koken wereldwijd. Iedereen die ouder is, herkent de situatie waarin je kind iets doet in het openbaar en jij denkt: waarom heb ik nu niet gewoon een “netjes” opgevoed kind? Waarom luisteren de kinderen van anderen wel en die van mij niet?

Als ik in mijn praktijk dergelijke vragen krijgen dan adviseer ik ouders altijd om samen te gaan zitten en te bedenken hoe je zou willen dat je kind over 5 jaar is. Welke normen en waarden vind je belangrijk? Hoe wil je dat je kind tegen anderen doet? Hoe wil je dat je kind zich in het openbaar gedraagt? Wat is belangrijk en wat niet? Waar ga je op reageren en waarop niet? Wat vind jij nog oké en je partner misschien niet meer. Dan blijkt dat ouders erachter komen dat ze toch verschillend denken over wat wel en niet mag of kan.

Ga samen zitten en denk na over je eigen opvoeding: wat hebben je ouders goed gedaan en wat niet? Welke normen en waarden uit je ouderlijk huis wil je doorgeven? Hierover nadenken kan de stress van het moment waarin zich een situatie voordoet voorkomen, en dan weet je ook van elkaar waarom je reageert zoals je doet. Het neemt niet alleen een stuk stress weg maar ook onzekerheid bij jou als ouder. Jij weet immers waarom je in deze situatie zo reageert en in een andere situatie anders. Natuurlijk kun je nooit alles voorkomen, maar nadenken over wat wel en niet mag, toelaatbaar is of echt onacceptabel kan jullie beiden helpen en de stress van het opvoeden beperken. Als je een vraag hebt over opvoeden neem dan gerust contact met mij op: 06-19960759.

Zo geef je instructies aan je kind

De manier waarop je instructies geeft, heeft veel invloed op het gedrag van je kind. Trap jij ook in deze valkuilen?

• te veel instructies
• te weinig instructies
• te moeilijke instructies
• instructies op het verkeerde moment
• te vage instructies
• vragende instructies
• instructies met verwarrende lichaamstaal

Wanneer je als ouder te veel instructies (tegelijk) geeft, is het voor je kind niet duidelijk wat er nu precies van hem verwacht wordt. Met als gevolg dat je kind vervolgens waarschijnlijk geen enkele instructie uitvoert. Geef één instructie per keer. En wacht totdat je kind die opgevolgd heeft, voordat je een volgende instructie geeft. Wanneer je bijvoorbeeld zou zeggen: “Houd nou toch eens op met rotzooi maken en gillen en ruim je speelgoed op”, is dit niet duidelijk voor je kind. Dit zijn 3 instructies tegelijk en dus te veel.

Je kunt ook te weinig instructies geven. Jij verwacht misschien van je kind dat hij wel weet dat het speelgoed opgeruimd moet worden voordat jullie gaan eten, of dat het zijn jas aantrekt als jullie weg gaan. Voor jou is dit vanzelfsprekend, maar voor je kind niet altijd. Vertel hem dus duidelijk wat je van hem verwacht.

Instructies kunnen te moeilijk zijn. Geef een instructie die past bij de leeftijd en ontwikkeling van je kind. Wanneer je je kind van 2 jaar de instructie geeft om “stil te zitten” tijdens het kijken van een filmpje op tv zal hij dit waarschijnlijk niet opvolgen. Of, maar heel even doen. Een kind van 2 jaar kan namelijk nog niet lang stilzitten.

Een te vage instructie zorgt ervoor dat je kind niet weet wat er van hem verwacht wordt. Een mooi voorbeeld hiervan heb ik van mijn zoon en mij. Tijdens het ontbijt zat mijn zoon aan tafel met een boterham en stond ik in de keuken, vlakbij hem, brood te smeren. Ik had haast en wilde dat mijn zoon het brood ging eten en daarna zijn tanden ging poetsen. Dat had ik in mijn hoofd, maar dit zei ik niet. In plaats daarvan zei ik: “schiet eens op”. Na een paar seconden was hij nog niet aan het eten en zei ik nogmaals: “schiet eens op”. Geen reactie. Toen ik het nog een keer herhaalde, nu wat bozer, zei mijn zoon boos: “waar moet ik mee opschieten dan?!” Een duidelijk voorbeeld van een te vage instructie. Toen ik daarna zei: “Ik wil dat je je brood opeet en daarna je tanden gaat poetsen”, zei hij: “ok” en volgde mijn instructies op. Een ander voorbeeld van een te vage instructie: “Ruim je speelgoed eens op!” Voor (jonge) kinderen kan dit onduidelijk zijn. Wanneer je zou zeggen: “Doe je autootjes maar in de bak en daarna de puzzelstukjes in de doos”, heb je een grotere kans dat je kind dit wel opvolgt.

Ga altijd naar je kind toe als je een instructie geeft. Kijk je kind aan. Geef instructies nooit vanuit een andere ruimte. Zo kun je namelijk niet controleren of je kind je gehoord heeft. Zorg ervoor dat een instructie nooit vragend is, zoals “Wil je je jas even aantrekken?” of “Zullen we gaan?”. Wanneer je een vraag stelt heeft je kind namelijk de kans om “nee” te zeggen. Zeg in plaats daarvan: “Ik wil dat je je jas aan gaat trekken” of “We gaan naar de winkel”.

Verwarrende lichaamstaal komt ook veel voor wanneer we instructies geven. Hiermee bedoel ik dat wanneer je genoeg hebt van het vervelende gedrag van je kind, je zegt: “Ik wil dat je nu stopt met zeuren”, maar er tegelijkertijd vriendelijk bij kijkt. Of wanneer je wilt dat je kind stopt met bepaald gedrag, bijvoorbeeld slaan, dat je dit dan vriendelijk en met zachte stem tegen hem zegt. Wees duidelijk. Wanneer je wilt dat gedrag stopt, kijk er dan ook streng bij en let op de intonatie van je stem.

De spiegel

Iedereen kijkt wel eens in een spiegel. ’s Ochtends na het opstaan, onderweg of als je door de stad loopt in een etalageruit.

De ene keer zijn we meer tevreden dan de andere keer.

Het wordt echter anders als je eigen kind je een spiegel voorhoudt.

Je kent het vast wel… een oeps-momentje.

Je hoort jezelf of je partner ineens terug. Dochter en vriendinnetje spelen leuk samen tot er ruzie ontstaat. Het vriendinnetje doet niet wat je dochter wil en dan zegt ze: “En nu is het klaar, je gaat naar je kamer tot je bent afgekoeld en normaal kunt praten”. Ze weet de juiste woorden te gebruiken en ze heeft de exacte toon te pakken.

Je bent op visite, je zoon vertelt dat jij altijd roept dat je de tegenstander voor de schenen moet schoppen als er gevoetbald wordt en de regels niet worden nageleefd. Terwijl jij net een betoog hebt gehouden over ouders die langs de lijn staan te schreeuwen en hoe belachelijk dit is. Het “Ja maar papa, jij roept altijd” momentje noem ik dat.

Iedere ouder kent deze spiegel. Kinderen bezitten een goed observatievermogen en zijn al zeer jong in staat om ons na te doen in gedrag en naarmate ze ouder worden in woorden en de intonatie. Baby’s vanaf 7 maanden zijn al in staat om op ons te reageren door ons na te doen.De geluidjes, de gezichten, onze stem. Zij zullen ons de spiegel voorhouden juist op het moment dat wij dit niet verwachten. Kinderen zijn kampioen observeren! Wij hebben geleerd om ons met woorden te redden in de maatschappij, kinderen niet.

Vaak hoor ik ouders zeggen dat het ene kind precies lijkt op de vader en het andere op de moeder. Natuurlijk de goede eigenschappen, niet de slechte. Het rekenen heeft ze van haar vader, het creatieve van mij. Goed hè, dat sportieve, dat heeft hij van mij. Als kinderen ons spiegelen worden we ons bewust van ons gedrag en de woorden die we gebruiken.

Laten we dankbaar zijn dat onze kinderen deze gave bezitten.

De rommel

Iedere ouder heeft het wel eens tegen zijn kind gezegd: ruim je kamer nou eens op!

De peuter moet het nog leren, de kleuter zou het moeten kunnen, het basisschool kind daarvan verwachten we dat ze het doen en de puber… die zou het gewoon moeten weten, hij/zij is immers oud genoeg.

Helaas. Iedere ouder ‘vecht’ een verloren strijd zolang de post op een stapel op tafel ligt. Aangebroken pakken op het aanrecht staan, papiertje door het huis slingeren. De vaat zich opstapelt in je keuken, de stapel wasgoed steeds groter wordt.

Er zijn zoveel voorbeelden te bedenken waarbij wij als ouder ‘rommel’ maken en dus model staan voor ons kind. Geef als ouder het goede voorbeeld en ruim op. Benoem ook: handig dat papa of mama altijd weet waar de sleutels zijn. Als je spullen altijd op dezelfde plek neerlegt, hoef je nooit te zoeken, dit scheelt tijd en frustratie.

Kijk ik pak iets, en voordat ik iets anders pak, ruim ik eerst even op. Vaak willen moeders dat de kamer wordt opgeruimd als ze willen schoonmaken. De vraag die je zou moeten stellen is: wil ik dat de kamer wordt opgeruimd, zodat ik makkelijk kan schoonmaken of wil ik dat de kamer wordt opgeruimd, zodat mijn kind het belang ziet van een opgeruimde kamer?

Als je vanaf het begin zelf model staat met je eigen spullen en uitlegt en verwoordt waarom opruimen handig is, dan is de kans zeer groot dat je kind je gewoon nadoet. De strijd gewonnen voor het gevecht is begonnen!