Zo help je jouw kind zelf problemen op te lossen

‘Mam, weet je wat er is gebeurd? Tijdens gym gooide Max expres de bal in mijn gezicht. En toen had ik een bloedneus.’

Wat gebeurt er met jou als ouder als je kind met dit verhaal uit school komt? Je voelt mee met je kind en wilt Max er misschien op aanspreken. Niet doen.

Kinderen zijn prima in staat zelf problemen op te lossen. Wij als ouders moeten ze dan wel de ruimte geven om over een oplossing na te denken en actie te nemen. En helpen als dat nodig is. Kinderen die hun problemen zelf oplossen, zijn zelfverzekerder en durven beter voor zichzelf op te komen.

Hoe help je jouw kind bij het zelf oplossen van problemen?

  1. Vraag je kind wat hij kan doen om het probleem op te lossen. Laat hem zelf nadenken en alle mogelijke oplossingen benoemen of opschrijven zonder daar als ouder een oordeel over te hebben.
  2. Laat je kind nadenken over de gevolgen van de mogelijke oplossingen en wat dit doet met zijn gevoelens en die van de ander.
  3. Laat je kind de voor hem beste oplossing kiezen. Door je kind de keuze te laten maken, krijgt hij het vertrouwen zelf iets voor elkaar te kunnen krijgen.
  4. Laat je kind de voor hem beste oplossing uitproberen of bied aan dit samen te proberen.
  5. Vraag je kind wat hij van de oplossing vindt. Zo geef je jouw kind de mogelijkheid zijn eigen presteren te beoordelen. Het maakt niet uit welke oplossing hij heeft gekozen. Je kind leert ervan en het geeft hem de kans zelfvertrouwen te ontwikkelen. Als deze oplossing toch niet de beste was, zal hij een volgende keer zelf voor een andere oplossing kiezen.

De stress van opvoeden

Je wordt verliefd, gaat trouwen en dan komen de kinderen. Je wereld verandert compleet, je bent ineens verantwoordelijk voor een ander mens. De omgeving gaat zich bemoeien met de opvoeding van je kind en geeft gevraagd en ongevraagd advies. Dan zijn er nog de diverse opvoedprogramma’s en tijdschriften die vertellen hoe het zou moeten. Al met al ligt er een grote druk op jonge ouders om het vooral goed te doen. Er bestaan meer boeken over opvoeden dan over koken wereldwijd. Iedereen die ouder is, herkent de situatie waarin je kind iets doet in het openbaar en jij denkt: waarom heb ik nu niet gewoon een “netjes” opgevoed kind? Waarom luisteren de kinderen van anderen wel en die van mij niet?

Als ik in mijn praktijk dergelijke vragen krijgen dan adviseer ik ouders altijd om samen te gaan zitten en te bedenken hoe je zou willen dat je kind over 5 jaar is. Welke normen en waarden vind je belangrijk? Hoe wil je dat je kind tegen anderen doet? Hoe wil je dat je kind zich in het openbaar gedraagt? Wat is belangrijk en wat niet? Waar ga je op reageren en waarop niet? Wat vind jij nog oké en je partner misschien niet meer. Dan blijkt dat ouders erachter komen dat ze toch verschillend denken over wat wel en niet mag of kan.

Ga samen zitten en denk na over je eigen opvoeding: wat hebben je ouders goed gedaan en wat niet? Welke normen en waarden uit je ouderlijk huis wil je doorgeven? Hierover nadenken kan de stress van het moment waarin zich een situatie voordoet voorkomen, en dan weet je ook van elkaar waarom je reageert zoals je doet. Het neemt niet alleen een stuk stress weg maar ook onzekerheid bij jou als ouder. Jij weet immers waarom je in deze situatie zo reageert en in een andere situatie anders. Natuurlijk kun je nooit alles voorkomen, maar nadenken over wat wel en niet mag, toelaatbaar is of echt onacceptabel kan jullie beiden helpen en de stress van het opvoeden beperken. Als je een vraag hebt over opvoeden neem dan gerust contact met mij op: 06-19960759.

Zo geef je instructies aan je kind

De manier waarop je instructies geeft, heeft veel invloed op het gedrag van je kind. Trap jij ook in deze valkuilen?

• te veel instructies
• te weinig instructies
• te moeilijke instructies
• instructies op het verkeerde moment
• te vage instructies
• vragende instructies
• instructies met verwarrende lichaamstaal

Wanneer je als ouder te veel instructies (tegelijk) geeft, is het voor je kind niet duidelijk wat er nu precies van hem verwacht wordt. Met als gevolg dat je kind vervolgens waarschijnlijk geen enkele instructie uitvoert. Geef één instructie per keer. En wacht totdat je kind die opgevolgd heeft, voordat je een volgende instructie geeft. Wanneer je bijvoorbeeld zou zeggen: “Houd nou toch eens op met rotzooi maken en gillen en ruim je speelgoed op”, is dit niet duidelijk voor je kind. Dit zijn 3 instructies tegelijk en dus te veel.

Je kunt ook te weinig instructies geven. Jij verwacht misschien van je kind dat hij wel weet dat het speelgoed opgeruimd moet worden voordat jullie gaan eten, of dat het zijn jas aantrekt als jullie weg gaan. Voor jou is dit vanzelfsprekend, maar voor je kind niet altijd. Vertel hem dus duidelijk wat je van hem verwacht.

Instructies kunnen te moeilijk zijn. Geef een instructie die past bij de leeftijd en ontwikkeling van je kind. Wanneer je je kind van 2 jaar de instructie geeft om “stil te zitten” tijdens het kijken van een filmpje op tv zal hij dit waarschijnlijk niet opvolgen. Of, maar heel even doen. Een kind van 2 jaar kan namelijk nog niet lang stilzitten.

Een te vage instructie zorgt ervoor dat je kind niet weet wat er van hem verwacht wordt. Een mooi voorbeeld hiervan heb ik van mijn zoon en mij. Tijdens het ontbijt zat mijn zoon aan tafel met een boterham en stond ik in de keuken, vlakbij hem, brood te smeren. Ik had haast en wilde dat mijn zoon het brood ging eten en daarna zijn tanden ging poetsen. Dat had ik in mijn hoofd, maar dit zei ik niet. In plaats daarvan zei ik: “schiet eens op”. Na een paar seconden was hij nog niet aan het eten en zei ik nogmaals: “schiet eens op”. Geen reactie. Toen ik het nog een keer herhaalde, nu wat bozer, zei mijn zoon boos: “waar moet ik mee opschieten dan?!” Een duidelijk voorbeeld van een te vage instructie. Toen ik daarna zei: “Ik wil dat je je brood opeet en daarna je tanden gaat poetsen”, zei hij: “ok” en volgde mijn instructies op. Een ander voorbeeld van een te vage instructie: “Ruim je speelgoed eens op!” Voor (jonge) kinderen kan dit onduidelijk zijn. Wanneer je zou zeggen: “Doe je autootjes maar in de bak en daarna de puzzelstukjes in de doos”, heb je een grotere kans dat je kind dit wel opvolgt.

Ga altijd naar je kind toe als je een instructie geeft. Kijk je kind aan. Geef instructies nooit vanuit een andere ruimte. Zo kun je namelijk niet controleren of je kind je gehoord heeft. Zorg ervoor dat een instructie nooit vragend is, zoals “Wil je je jas even aantrekken?” of “Zullen we gaan?”. Wanneer je een vraag stelt heeft je kind namelijk de kans om “nee” te zeggen. Zeg in plaats daarvan: “Ik wil dat je je jas aan gaat trekken” of “We gaan naar de winkel”.

Verwarrende lichaamstaal komt ook veel voor wanneer we instructies geven. Hiermee bedoel ik dat wanneer je genoeg hebt van het vervelende gedrag van je kind, je zegt: “Ik wil dat je nu stopt met zeuren”, maar er tegelijkertijd vriendelijk bij kijkt. Of wanneer je wilt dat je kind stopt met bepaald gedrag, bijvoorbeeld slaan, dat je dit dan vriendelijk en met zachte stem tegen hem zegt. Wees duidelijk. Wanneer je wilt dat gedrag stopt, kijk er dan ook streng bij en let op de intonatie van je stem.

De spiegel

Iedereen kijkt wel eens in een spiegel. ’s Ochtends na het opstaan, onderweg of als je door de stad loopt in een etalageruit.

De ene keer zijn we meer tevreden dan de andere keer.

Het wordt echter anders als je eigen kind je een spiegel voorhoudt.

Je kent het vast wel… een oeps-momentje.

Je hoort jezelf of je partner ineens terug. Dochter en vriendinnetje spelen leuk samen tot er ruzie ontstaat. Het vriendinnetje doet niet wat je dochter wil en dan zegt ze: “En nu is het klaar, je gaat naar je kamer tot je bent afgekoeld en normaal kunt praten”. Ze weet de juiste woorden te gebruiken en ze heeft de exacte toon te pakken.

Je bent op visite, je zoon vertelt dat jij altijd roept dat je de tegenstander voor de schenen moet schoppen als er gevoetbald wordt en de regels niet worden nageleefd. Terwijl jij net een betoog hebt gehouden over ouders die langs de lijn staan te schreeuwen en hoe belachelijk dit is. Het “Ja maar papa, jij roept altijd” momentje noem ik dat.

Iedere ouder kent deze spiegel. Kinderen bezitten een goed observatievermogen en zijn al zeer jong in staat om ons na te doen in gedrag en naarmate ze ouder worden in woorden en de intonatie. Baby’s vanaf 7 maanden zijn al in staat om op ons te reageren door ons na te doen.De geluidjes, de gezichten, onze stem. Zij zullen ons de spiegel voorhouden juist op het moment dat wij dit niet verwachten. Kinderen zijn kampioen observeren! Wij hebben geleerd om ons met woorden te redden in de maatschappij, kinderen niet.

Vaak hoor ik ouders zeggen dat het ene kind precies lijkt op de vader en het andere op de moeder. Natuurlijk de goede eigenschappen, niet de slechte. Het rekenen heeft ze van haar vader, het creatieve van mij. Goed hè, dat sportieve, dat heeft hij van mij. Als kinderen ons spiegelen worden we ons bewust van ons gedrag en de woorden die we gebruiken.

Laten we dankbaar zijn dat onze kinderen deze gave bezitten.

De rommel

Iedere ouder heeft het wel eens tegen zijn kind gezegd: ruim je kamer nou eens op!

De peuter moet het nog leren, de kleuter zou het moeten kunnen, het basisschool kind daarvan verwachten we dat ze het doen en de puber… die zou het gewoon moeten weten, hij/zij is immers oud genoeg.

Helaas. Iedere ouder ‘vecht’ een verloren strijd zolang de post op een stapel op tafel ligt. Aangebroken pakken op het aanrecht staan, papiertje door het huis slingeren. De vaat zich opstapelt in je keuken, de stapel wasgoed steeds groter wordt.

Er zijn zoveel voorbeelden te bedenken waarbij wij als ouder ‘rommel’ maken en dus model staan voor ons kind. Geef als ouder het goede voorbeeld en ruim op. Benoem ook: handig dat papa of mama altijd weet waar de sleutels zijn. Als je spullen altijd op dezelfde plek neerlegt, hoef je nooit te zoeken, dit scheelt tijd en frustratie.

Kijk ik pak iets, en voordat ik iets anders pak, ruim ik eerst even op. Vaak willen moeders dat de kamer wordt opgeruimd als ze willen schoonmaken. De vraag die je zou moeten stellen is: wil ik dat de kamer wordt opgeruimd, zodat ik makkelijk kan schoonmaken of wil ik dat de kamer wordt opgeruimd, zodat mijn kind het belang ziet van een opgeruimde kamer?

Als je vanaf het begin zelf model staat met je eigen spullen en uitlegt en verwoordt waarom opruimen handig is, dan is de kans zeer groot dat je kind je gewoon nadoet. De strijd gewonnen voor het gevecht is begonnen!